Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSGR:2006:AV0849

Gerechtshof 's-Gravenhage · 31-01-2006 · zaaknummer 2200371605

StrafrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Motivering van de op te leggen maatregel (...) De verdachte, die in het kader van de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) in een psychiatrisch ziekenhuis verbleef, heeft naar aanleiding van onenigheid over zijn ontslag uit dat ziekenhuis zijn behandelend arts en twee verpleegkundigen verbaal bedreigd en daarbij een - ingeklapt - zakmes getoond. Deze behandelaars voelden zich door de houding van de verdachte zeer bedreigd en zij waren bevreesd - met het oog op het gewelddadig verleden van de verdachte - dat hij de controle over zichzelf geheel zou verliezen. Ondanks hun professionele ervaring met verbale en fysieke bedreiging konden de behandelaars zich niet aan de indruk onttrekken dat zij niet opgewassen waren tegen het gedrag van de verdachte. De verdachte is ook 's nachts in de woning van een vrouw binnengedrongen. Hij heeft haar en haar twee kleine kinderen in hun eigen woning van hun vrijheid beroofd. De vrouw was bang dat de verdachte haar en haar kinderen iets zou aandoen. Door aldus te handelen heeft de verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers, zulks te meer nu een en ander zich heeft afgespeeld in de eigen woning van de slachtoffers, waar men zich juist veilig zou moeten kunnen voelen. Slachtoffers van gedragingen als de onderhavige kunnen vaak langere tijd last hebben van angstige gevoelens en beperkingen in hun functioneren. Daarenboven brengen deze gebeurtenissen gevoelens van angst en onbehagen in de samenleving teweeg. Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op het rapport d.d. 19 mei 2005 van het Pieter Baan Centrum, opgemaakt door H.A. van Kempen, psycholoog en W. Malkus, psychiater. Deze deskundigen komen tot de volgende conclusie en advies. De verdachte is ruim tien jaar, van 1994 tot 2004, behandeld geweest in twee tbs-klinieken. Het betreft een in zijn ontwikkeling gestagneerde, angstige en onzekere man bij wie een narcistische persoonlijkheidsstoornis is geconstateerd, waardoor hij zeer gevoelig is voor krenkingen, die hij ervaart als ondermijnend voor zijn zelfgevoel. Ter compensatie is hij geneigd tot het loochenen van dergelijke gevoelens van kleinheid en somberheid en het omzetten daarvan in grootheid, waarbij hij zichzelf opblaast tot een supermens en anderen een lesje wil leren. Daarnaast is bij de verdachte sprake van een bipolaire stoornis, welke gekenmerkt wordt door stemmingswisselingen bestaande uit manische en depressieve episoden. Tijdens manische fases is er bij hem sprake van een geprikkelde en expansieve stemming. Tijdens het tenlastegelegde speelde de stoornis in aanzienlijke mate door. De verdachte verkeerde immers in een toestand van hypomaan en dus geprikkeld, expansief gestemd en neigend tot antisociaal gedrag, waardoor hij verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. Voorts is de kans op herhaling van feiten als de onderhavige groot, waarbij mishandeling denkbaar is, temeer nu de verdachte, hoewel hij aangeeft zijn medicatie te zullen blijven gebruiken, zichzelf in deze op grond van zijn stoornis wederom zal overschatten. Nu medicatietrouw essentieel is om nieuwe manische ontregelingen te voorkomen en aannemelijk is dat de verdachte zich zal laten verleiden tot drugsgebruik, wellicht vanuit de gedachte dat weed hem rustiger zal maken, adviseren de deskundigen aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging op te leggen. Vanwege het ontoereikende ziekte-inzicht en de kans dat de verdachte zich op basis van zelfoverschatting voortijdig aan behandeling zal onttrekken dan wel zijn medicatie zal staken, wordt de mogelijkheid tot terbeschikkingstelling met voorwaarden verworpen. Het hof neemt de conclusie van de gedragsdeskundigen over en maakt deze tot de zijne. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep medegedeeld dat hij sinds één jaar medicatietrouw is en dat hij voornemens is zijn medicatie te zullen blijven gebruiken, omdat hij meent thans over voldoende ziekte-inzicht te beschikken en ervan doordrongen is dat hij zonder medicijnen niet normaal kan functioneren. Uit een de verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 4 januari 2006, blijkt dat de verdachte eenmaal is veroordeeld voor het plegen van een poging tot diefstal met geweldpleging. Gelet op de zich bij de verdachte voordoende gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, de ernst van de begane feiten en de noodzaak van bescherming van de veiligheid van anderen is het hof van oordeel dat, nu ook aan de overige voorwaarden is voldaan, aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege dient te worden opgelegd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.