Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSGR:2006:AV0467

Gerechtshof 's-Gravenhage · 26-01-2006 · zaaknummer 2200452105

StrafrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Savanna Motivering straf en maatregel De verdachte heeft samen met zijn partner gedurende een aantal maanden de nog zeer jonge dochter van zijn partner, Savanna, terwijl hij mede met de opvoeding en verzorging van Savanna was belast, dusdanig onregelmatig en slecht te eten gegeven, dat zij ernstig ondervoed is geraakt. Bovendien werd Savanna met grote regelmaat in haar slaapkamer en/of een speciaal daarvoor gemaakt strafhokje opgesloten. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het niet bij de bewezenverklaarde feiten is gebleven. De onder 1 en 3 bewezenverklaarde feiten gingen bij herhaling gepaard met andere vormen van mishandeling, zoals het onder de koude douche zetten van Savanna en haar een washandje in de mond duwen dat al dan niet met een verband of zwachtel werd vastgezet. De verdachte heeft op de avond van de dag waarop Savanna is overleden met zijn partner het levenloze lichaam van Savanna omwikkeld met een deken en een douchegordijn, het in een zak gedaan en in de kofferbak van een auto gelegd waarmee zij vervolgens naar Holten zijn gereden. Het betreft hier zeer ernstige feiten. Savanna was een nog zeer jong en kwetsbaar meisje, een kind dat voor haar geestelijke en lichamelijke welzijn volledig afhankelijk was van haar moeder en de verdachte. Voor Savanna moet het handelen van de verdachte en van haar moeder uiterst pijnlijk, bedreigend en beangstigend zijn geweest, waarbij Savanna erg moet hebben geleden. Het handelen van de verdachte en zijn partner roept ook in de samenleving gevoelens van verontwaardiging, ontzetting en onbegrip op. Dit soort misdrijven rechtvaardigt daarom een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur. (...) Het hof heeft bij beantwoording van de vraag of aan de verdachte terbeschikkingstelling -in welke vorm dan ook- moet worden opgelegd, acht geslagen op de ernst van de psychische problematiek van de verdachte. Het hof is tot het oordeel gekomen dat de veiligheid van anderen c.q. de algemene veiligheid van personen niet genoegzaam gewaarborgd kan worden door uitsluitend een gevangenisstraf op te leggen, maar dat hiertoe de maatregel van terbeschikkingstelling vereist is. Met de deskundigen is het hof van oordeel dat gezien de ernst van verdachte’s stoornis niet kan worden volstaan met terbeschikkingstelling met voorwaarden. Hoewel het hof zich realiseert dat de verdachte, gelet op de zogeheten passantenperiode, eerst na verloop van tijd in een TBS-kliniek opgenomen zal kunnen worden, is het hof van oordeel dat dit nadeel niet opweegt tegen het risico van herhaling. Gelet op het vorenstaande stelt het hof vast: - dat de onder 1 en 3 bewezenverklaarde feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan vier jaren is gesteld; - dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege eisen. Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren met aftrek van voorarrest en oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging een passende en geboden reactie vormen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.