ECLI:NL:GHSGR:2004:AR6462
Gerechtshof 's-Gravenhage · 11-11-2004 · zaaknummer 2002/535
Inhoudsindicatie
Naar het oordeel van het hof zijn de verjaringstermijnen vervolgens na drie maanden wederom geschorst door de appeldagvaarding van 23 april 2002. Deze appeldagvaarding moet immers worden aangemerkt als een voortzetting van het verzet als bedoeld in artikel 5:26 lid 4 Awb. Anders dan in de zaak die leidde tot het arrest van de Hoge Raad van 28 juni 2002 (NJ 2003/676), waarop B&R zich beroept, heeft de rechter in de onderhavige zaak de schorsing van de tenuitvoerlegging niet opgeheven. De Provincie heeft daartoe (anders dan de rechtspersoon in voornoemde zaak) geen verzoek gedaan (noch bij vordering in reconventie, noch anderszins) en de rechter heeft een dergelijke opheffing niet uitgesproken. De uitvoerbaar bij voorraad verklaring door de rechtbank in het vonnis kan niet als zo'n opheffing worden beschouwd, omdat deze verklaring slechts ziet op de proceskostenveroordeling.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
