ECLI:NL:GHSGR:2004:AR3462
Gerechtshof 's-Gravenhage · 06-10-2004 · zaaknummer 277-D-03
Inhoudsindicatie
Nu het kind diens gewone verblijfplaats in Nederland heeft en het hof derhalve bevoegdheid toekomt inzake van dit geschil, dient het uit te gaan van de gezagsverhouding die van rechtswege voortvloeit uit het Turkse recht. Voorts zal het hof bij de beoordeling van de vraag wie het gezag over [kind] toekomt, Nederlands recht dienen toe te passen. Daarin is het uitgangspunt dat na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding de ouders die gezamenlijk het gezag hebben, dit gezamenlijk blijven uitoefenen, tenzij de ouders of één hunner de rechter verzoeken in het belang van het kind te bepalen dat het gezag aan een van hen alleen toekomt.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
