ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0498
Gerechtshof 's-Gravenhage · 16-05-2003 · zaaknummer 2002/1228 KG
Inhoudsindicatie
Op zich heeft Woonbron gelijk met haar standpunt, dat de termijn van verzet op 2 mei 2002 is aangevangen en vier weken duurt. De onbekendheid van Huurder met het vonnis doet daar niet aan af. Toch faalt de grief. Vaststaat, dat Huurder ten tijde van de eerste zitting bij de voorzieningenrechter gedetineerd was en niet bekend was met het feit, dat in kort geding ontruiming werd gevorderd en tot half mei 2002 geen weet had van het bij verstek gewezen ontruimingsvonnis en van de ontruiming op 2 mei 2002. Onder deze omstandigheden voldoet onverkorte toepassing van de artikelen 143 en 144 Rv. niet aan de eisen van een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM. Immers, het komt er op neer dat aan Huurder in feite de toegang tot de rechter ontzegd wordt. Het belang van Woonbron, dat het bij verstek gewezen en ten uitvoer gelegde vonnis onherroepelijk wordt, dient te worden afgewogen tegen het belang van Huurder om zijn zaak aan de rechter te kunnen voorleggen. Het hof oordeelt dat het belang van Huurder zwaarder weegt. Huurder is dus ontvankelijk in zijn vordering als omschreven in de verzetdagvaarding.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
