Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0092

Gerechtshof 's-Gravenhage · 30-08-2000 · zaaknummer 98/974

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewaring / verzoek om voorlopige voorziening De rechtbank stelt vast dat verzoeker op 5 april 2000 hier te lande om toelating heeft verzocht. Tegen de afwijzende beslissing op dat verzoek heeft de vreemdeling op 2 mei 2000 een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Het verzoek is bij uitspraak van 13 juni 2000 niet-ontvankelijk verklaard, zulks op de grond dat niet aannemelijk is dat verzoeker tegen het besluit van 1 mei 2000 een bezwaarschrift heeft ingediend. Op 3 augustus 2000 heeft de vreemdeling andermaal een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, op welk verzoek nog niet is beslist. Gebleken is dat verweerder alsnog heeft onderkend dat de vreemdeling wel degelijk op 29 mei 2000 een bezwaarschrift tegen voormeld besluit van 1 mei 2000 heeft ingediend. Op 23 augustus 2000 is de vreemdeling door verweerder in de gelegenheid gesteld dit bezwaarschrift te motiveren. Naar het oordeel van de rechtbank had het verweerder - minst genomen - gesierd indien hij, na te hebben ontdekt dat verzoeker tijdig een bezwaarschrift had ingediend en verweerder derhalve dienaangaande ter zitting van 5 juni 2000 onjuiste informatie aan de rechtbank had verstrekt als gevolg waarvan het verzoek is afgewezen, de rechtbank van deze betreurenswaardige gang van zaken eigener beweging op de hoogte had gebracht. Dit is niet geschied. Wat hier echter ook van zij, door deze gang van zaken had naar het oordeel van de rechtbank niets meer voor de hand gelegen dan dat verweerder naar aanleiding van het tweede verzoek om voorlopige voorziening aan de rechtbank zou hebben verzocht het verzoek met voorrang te behandelen, zoals verweerder gewoon is te doen met eerste verzoeken. Uit de hiervoor geschetste toedracht volgt immers dat het eerste verzoek van de vreemdeling door toedoen van verweerder buiten inhoudelijke behandeling gebleven. Verweerder heeft een degelijk verzoek evenwel niet gedaan. Anders dan de gemachtigde van de vreemdeling veronderstelt, volgt uit de uitspraak van 27 mei 1997 (AWB 97/5692) niet dat opheffing van de bewaring automatisch volgt indien het bestuursorgaan nalaat aan de rechtbank te verzoeken het (eerste) verzoek om voorlopige voorziening naar voren te halen. De uitspraak doet integendeel zien dat in een dergelijk geval een belangenafweging op zijn plaats is, waarin onder meer gewicht toekomt aan de omstandigheid of de vreemdeling over een vaste woon- of verblijfplaats beschikt, en dat de vreemdeling er (als regel) belang bij heeft zich hangende de beslissing op zijn aanvraag (of bezwaarschrift) niet aan het toezicht te onttrekken. In het onderhavige geval is niet alleen geen sprake van een vaste woon- of verblijfplaats, de vreemdeling heeft bovendien verzuimd te reageren op het verzoek van verweerder van 23 augustus 2000 om te gronden van het bezwaarschrift binnen twee weken aan te vullen. Het bezwaarschrift is wegens het uitblijven van een reactie op dat verzoek op 20 september 2000 niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat een verzoek om versnelde behandeling - hetwelk overigens ook namens de vreemdeling zélf had kunnen worden gedaan - in het onderhavige geval naar verwachting niet tot een behandeling ter zitting zou hebben geleid indien en zolang de indiener van het verzoek nog geen gemotiveerd bezwaarschrift had ingediend. Doordat de (toenmalige) gemachtigde van de vreemdeling niet binnen de hem geboden termijn tot inzending van gronden is overgegaan moet bij deze stand van zaken de ontvankelijkheid van het tweede verzoek om voorlopige voorziening eveneens in twijfel worden getrokken. Beroep ongegrond.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

  • B.E.L.J.C. Verbunt

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.