ECLI:NL:GHLEE:2010:BO7575
Gerechtshof Leeuwarden · 17-12-2010 · zaaknummer 24-000839-09
Inhoudsindicatie
Verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf ter zake van overtreding van art 3 onder B van de Opiumwet. Het is, naar de mening van verdachte, onwaardig en onrechtvaardig dat hij wordt vervolgd en veroordeeld voor het kweken van hennep, terwijl in coffeeshops softdrugs mogen worden verkocht. De wetgever heeft het door de verdachte geschetste dilemma – het gedogen van het verkopen door coffeeshops en het tegelijkertijd verbieden diezelfde coffeeshops te bevoorraden - onder ogen gezien en desondanks het verbod van artikel 3 onder B in de Opiumwet gehandhaafd. Het hof is gebonden aan de wet en mag de innerlijke waarde en billijkheid van de wet niet beoordelen (artikel 11 van de Wet algemene bepalingen). Dit uitgangspunt is een pijler van de democratische rechtsstaat waarin de wetgevende en de rechtsprekende macht principieel van elkaar zijn gescheiden. De strafbaarheid van het telen, bewerken en verwerken van hennep(-planten) is derhalve het uitgangspunt voor de rechter. Voor een niet-ontvankelijk verklaring van het Openbaar Ministerie, dan wel vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging op de door verdachte aangevoerde argumenten is geen plaats.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
