ECLI:NL:GHLEE:2010:BL3952
Gerechtshof Leeuwarden · 15-02-2010 · zaaknummer 24-002540-08
Inhoudsindicatie
De raadsman heeft vrijspraak van het ten laste gelegde onder 2 bepleit, omdat zich in het dossier geen stukken bevinden waaruit de rechtmatigheid van het optreden van de Oostenrijkse autoriteiten tijdens de aanhouding van een medeverdachte (drugskoerier) blijkt. Al hetgeen is voortgevloeid uit het optreden van de Oostenrijkse autoriteiten dient van het bewijs uitgesloten te worden, zodat verdachte van het onder 2 ten laste gelegde vrijsproken dient te worden. Het hof overweegt dat uit het dossier niet blijkt wat er feitelijk heeft plaatsgevonden in Oostenrijk voorafgaand aan en tijdens de aanhouding van de drugskoerier, die handelde in opdracht van verdachte. Het enkele gegeven dat in de opsporingsfase (tijdens een onderzoek naar een medeverdachte, zijnde de afnemer van de drugs) ten behoeve van dat onderzoek door de Oostenrijkse politie gebruik is gemaakt van een telefoon van die medeverdachte (afnemer), leidt niet tot de conclusie dat overheidsdienaren op enigerlei wijze onrechtmatig hebben gehandeld jegens verdachte. Derhalve dient het verweer van de raadsman dat al hetgeen is voortgevloeid uit de aanhouding van de drugskoerier niet voor het bewijs mag worden gebezigd, te worden verworpen.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
