ECLI:NL:GHLEE:2008:BC5377
Gerechtshof Leeuwarden · 27-02-2008 · zaaknummer 0600201
Inhoudsindicatie
Nu de voorgenomen integratie waarvan in de Akte wordt gerept, minst genomen de vraag oproept of er sprake is van een overgang van onderneming in de zin van art. 7:670 lid 1 BW, en over die beoogde integratie geen openheid van zaken wordt gegeven in het verzoek aan de CWI, is het hof van oordeel dat de ontslagvergunning is gevraagd en verkregen onder opgave van een voorgewende reden, zodat het ontslag uit dien hoofde als kennelijk onredelijk moet worden aangemerkt. Ten overvloede zal het hof de juistheid onderzoeken van de stelling van [appellant] dat het litigieuze ontslag kennelijk onredelijk is omdat, mede in aanmerking genomen de voor hem getroffen voorzieningen en de voor hem bestaande mogelijkheden ander passend werk te vinden, de gevolgen van de opzegging voor hem te ernstig zijn in vergelijking met het belang van Drenth Verven daarbij. Het hof is met [appellant] van oordeel dat zulks het geval is. Bij dit oordeel heeft het hof in aanmerking genomen het langdurig dienstverband van [appellant] met Drenth Verven, de in verband met diens leeftijd moeilijke positie op de arbeidsmarkt, alsmede de voor hem getroffen uiterst sobere voorziening enerzijds en het belang van Drenth Verven bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst uit hoofde van de bedrijfseconomische positie waarin zij destijds verkeerde.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
