ECLI:NL:GHLEE:2007:BC1635
Gerechtshof Leeuwarden · 19-12-2007 · zaaknummer 0700695
Inhoudsindicatie
Als uitgangspunt bij de beoordeling van een vordering tot opheffing van een gelegd conservatoir (derden)beslag in kort geding heeft het volgende te gelden. Het beslag dient, volgens artikel 705 lid 2 Rv te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Dit brengt mede dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die de opheffing vordert, binnen de beperkingen van de kort geding procedure, aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is. De kort geding rechter zal evenwel hebben te beslissen aan de hand van een beoordeling van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd. Die beoordeling kan niet geschieden los van de in een zodanig geval vereiste afweging van de wederzijdse belangen, zulks tegen de achtergrond dat een conservatoir beslag naar zijn aard ertoe strekt om te waarborgen dat, zo een vooralsnog niet vaststaande vordering in de hoofdzaak wordt toegewezen, verhaal mogelijk zal zijn, terwijl de beslaglegger bij afwijzing van de vordering voor de door het beslag ontstane schade zal kunnen worden aangesproken (HR 14 juni 1996, NJ 1997, 481). Het hof stelt vast dat veel van wat in de grieven is aangevoerd feitelijke grondslag mist, dan wel berust op een verkeerde lezing van het vonnis in eerste aanleg in conventie, alsmede dat in de grieven op zich geen andere stellingen of verweren liggen besloten dan welke reeds in eerste aanleg door Stetech ter onderbouwing van zijn vordering en ter weerlegging van hetgeen [geïntimeerde] daartegen heeft ingebracht, waren aangevoerd. De voorzieningenrechter heeft in het beroepen vonnis in conventie duidelijk en gemotiveerd aangegeven op grond waarvan hij de stellingen en verweren van Stetech heeft verworpen en de in conventie gevorderde voorzieningen heeft afgewezen. Daarbij heeft de voorzieningenrechter het hiervoor onder 3 weergegeven uitgangspunt tot leidraad genomen. Het hof verenigt zich met deze overwegingen en neemt die hierbij over. Het hof voegt daar, ter verduidelijking, nog het volgende aan toe.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
