ECLI:NL:GHLEE:2007:BC0428
Gerechtshof Leeuwarden · 18-12-2007 · zaaknummer 24-000346-06
Inhoudsindicatie
Uit het vorenstaande volgt dat het hof niet kan vaststellen door wie seksuele handelingen zijn geïnitieerd en verricht. Evenmin valt uit de verklaringen van de deskundigen af te leiden dat [slachtoffer] tijdens de seksuele handelingen in een staat van verminderd bewustzijn en/of onmacht verkeerde en dat verdachte daarvan willens en wetens gebruik heeft gemaakt. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat [slachtoffer] in de auto een keer moe of onwel is geworden, dat hij [slachtoffer] toen 'tikjes' in het gezicht heeft gegeven en dat [slachtoffer] toen weer bijkwam, maar gelet op de verklaringen van de deskundigen en mede nu niet vaststaat op welk moment dit en de seksuele handelingen plaatsvonden, kan hieruit - anders dan door de advocaat-generaal betoogd - niet worden afgeleid dat [slachtoffer], voordat hij even in slaap viel of nadat hij weer wakker werd, verkeerde in een toestand waarin hij niet in staat was weerstand te bieden aan de seksuele verlangens van verdachte. De verklaring die verdachte op 28 november 2004, omstreeks 10.33 uur, heeft afgelegd zoals weergegeven in het op ambtseed door [verbalisant 1], brigadier, en [verbalisant 2], hoofdagent, opgemaakte proces-verbaal (pagina 38 e.v., dossier P1, van het dossier met nummer [nummer]) houdt naar het oordeel van het hof op dit punt ook geen bekennende verklaring in. Uit de video-opname van dit verhoor is gebleken dat de antwoorden die verdachte heeft gegeven op veel momenten niet waren gebaseerd op eigen - spontane - herinnering, doch dat hij gedurende het gehele - ruim anderhalf uur durende - verhoor een twijfelende houding heeft aangenomen. Daar waar verdachte op de vragen of het slachtoffer in de auto tijdens seksspelletjes onwel is geworden instemmend heeft geknikt, blijkt uit de video-opname, veel meer dan uit het schriftelijk proces-verbaal kan blijken, dat hij dat ook onmiddellijk in twijfel trekt en bij herhaling aangeeft het niet meer te weten. In de context van het gehele verhoor behoort naar het oordeel van het hof bij de beoordeling van de door verdachte afgelegde verklaring de nadruk niet op zijn bevestiging, doch veeleer op zijn gebrek aan eigen kennis en daardoor ingegeven twijfels te worden gelegd. Het hof acht op grond van een en ander niet bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
Rechters
Advocaten
- H.P. Eckert
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
