Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHLEE:2007:BB8470

Gerechtshof Leeuwarden · 20-11-2007 · zaaknummer 24-001598-05

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Artikel 38s, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht luidt - voor zover hier van belang -: "De rechter kan (...) bij of na het opleggen van de maatregel beslissen tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel. Het openbaar ministerie bericht hem daarover binnen een door hem te bepalen termijn." Het hof heeft bij zijn arrest van 22 november 2005 toepassing gegeven aan voornoemde bepaling en daarbij gelast dat het openbaar ministerie binnen zes maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel de rechter bericht omtrent de wenselijkheid en de noodzakelijkheid van de voortzetting van de maatregel. [..] Op grond van artikel 509dd wordt de tussentijdse beoordeling behandeld door de raadkamer. Tegen de beschikking van de raadkamer staat geen hoger beroep open, tenzij in het Wetboek van Strafvordering anders is bepaald (artikel 445). Artikel 509ff houdt in - voor zover hier van belang: "Tegen de beslissing van de rechtbank inzake de toepassing van de artikelen 38r en 38s kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening en de veroordeelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem." Een beslissing van dat hof is op grond van artikel 509gg, tweede lid, vervolgens niet aan enig gewoon rechtsmiddel is onderworpen. Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat bij de wet is voorzien in een mogelijkheid van hoger beroep, maar dat daarbij enkel wordt gesproken over het geval waarin de tussentijdse beoordeling door de rechtbank is gelast, terwijl daarbij niet is voorzien in een regeling voor het geval waarin de tussentijdse beoordeling door het hof is gelast. De Nota van wijziging, behorende bij de wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Penitentiaire beginselenwet (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders) Kamerstuk 2003-2004, 28980, nr. 6, TK, vastgesteld op 27 november 2003, houdt in - voor zover hier van belang -: "De wijzigingen in de artikelen (...) en 509ff, eerste lid, beogen buiten iedere twijfel (cursivering hof) te stellen dat de beslissingen inzake de toepassing van artikel 38s Sr - (...) de beslissing dat voortzetting van de maatregel is vereist en de beslissing dat voortzetting van de maatregel niet is vereist - voor beroep open staan." Het hof is op grond van deze toelichting van oordeel dat de wetgever met de bepaling van artikel 509ff heeft beoogd tegen een beslissing tot voortzetting of beëindiging van de maatregel hoger beroep open te stellen, dit te concentreren bij het gerechtshof te Arnhem en daarbij geen uitzondering te maken voor het geval dat de ISD-maatregel met tussentijdse beoordeling door het hof is opgelegd. Nu op grond van de wet tegen de beslissing van het hof geen rechtsmiddel open staat, is het hof van oordeel dat uitsluitend de rechtbank die in eerste aanleg kennis heeft genomen van het misdrijf of de misdrijven ter zake waarvan de maatregel is opgelegd, bevoegd is over de voortzetting van die maatregel te beslissen en acht het hof zich hiertoe derhalve niet bevoegd.

Advocaten

  • M.C. van Linde

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.