ECLI:NL:GHLEE:2007:BB8288
Gerechtshof Leeuwarden · 07-11-2007 · zaaknummer 0600049
Inhoudsindicatie
Gelet op het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat grief 1, voor zover deze erover klaagt dat de rechtbank de aanbiedingsplicht c.a. niet in strijd met het mededingingsrecht heeft geoordeeld, terecht is voorgesteld. Voor zover de grief erover klaagt dat de rechtbank niet is ingegaan op de door [appellanten] tegen de andere aspecten (met name de prijsvaststelling en de afnameverplichting) van de opgezegde samenwerkingsovereenkomst aangevoerde bezwaren ontbeert [appellanten] gelet op het voorgaande belang, zodat het hof niet op dat onderdeel van de grief behoeft in te gaan. [..] Uit het voorgaande volgt dat Prisma c.s. aan de opzegging van de samenwerkingsovereenkomst zijdens [appellanten] niet het recht kunnen ontlenen dat [appellanten] verplicht zijn hun bedrijf en onroerende zaken - wat er overigens zij in dit verband van de door [appellanten] in 1995 van derden verworven onroerende zaak - aan Prisma c.s. ten verkoop aan te bieden.[..] Het hof dient vervolgens de subsidiaire stelling van Prisma Vastgoed te beoordelen dat de nietigheid van de aanbiedingsplicht c.a. betekent dat de hele koopovereenkomst van de onroerend zaak aan [appellanten] nietig is en dat Prisma Vastgoed eigenaar is "gebleven" van het door haar rechtsvoorganger aan [appellanten] verkochte pand. Het hof dient daartoe eerst te beoordelen welk onderdeel van de koopovereenkomst door de hiervoor uitgesproken nietigheid wordt getroffen. Het hof oordeelt dat de verplichting om bij (reguliere) beëindiging van de overeenkomst aan Prisma Vastgoed een optierecht op de onroerende zaak te geven (artikel 6.3 onderdeel a van de samenwerkingsovereenkomst in samenhang met 6 lid 1 van de akte van levering) en de kwalitatieve verplichting van artikel 7 van de akte van levering thans getroffen worden door de nietigheid op grond van artikel 6 lid 2 MW. Het hof dient te beoordelen of deze partiele nietigheid met zich brengt dat de hele koopovereenkomst nietig moet worden verklaard waarbij het aankomt op de vraag of het overige deel in onverbrekelijk verband met het nietige deel staat. [appellanten] hebben zulks betwist. [..] Het hof is op grond van het vorenstaande met [appellanten] van oordeel dat de koopovereenkomst en het resterende deel van het van het optiebeding (kort gezegd de aanbiedingsplicht bij verkoop of algehele beëindiging van het supermarktbedrijf door [appellanten]) niet in onverbrekelijk verband met het wel nietige deel staan, zodat de nietigheid van de hiervoor onder 39 aangeduide bepalingen niet tot gevolg heeft dat de gehele koopovereenkomst nietig is. Het hof zal de vordering van Prisma Vastgoed tot overdracht van de onroerende zaak dan ook afwijzen, zowel in de primaire als in de subsidiaire vorm.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- E.D. den Engelsman
- G. van der Wal
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
