ECLI:NL:GHLEE:2007:BB3613
Gerechtshof Leeuwarden · 12-09-2007 · zaaknummer 0500302
Inhoudsindicatie
Op grond van de inhoud van de verklaringen van de getuigen (afzonderlijk en in onderlinge samenhang bezien) kan niet worden geoordeeld dat Wannit in het haar opgedragen bewijs is geslaagd. Het hof tekent hierbij aan dat uit art. 164 lid 2 Rv volgt dat hetgeen door een partijgetuige, op wie de bewijslast rust, is verklaard geen bewijs te haren voordele kan opleveren indien geen aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen, dat zij die partijverklaring (voldoende) geloofwaardig maken. Op het essentiële punt van de bewijsopdracht heeft de getuige [getuige 1 ] niets kunnen verklaren. Hij is niet aanwezig geweest bij de gesprekken die [getuige 2] en [appellant] hebben gevoerd over de inhoud van de aangepaste arbeidsovereenkomst, en heeft ook overigens niet verklaard op de hoogte te zijn van het resultaat van die gesprekken. Reeds om die reden kan de verklaring van [getuige 1 ] dan ook niet bijdragen aan het bewijs. Door de enkele verklaring van de partijgetuige [getuige 2] is het van Wannit verlangde bewijs dan ook niet geleverd. Het hof brengt daarbij in herinnering dat een opschortende voorwaarde in de door Wannit bedoelde zin noch in de arbeidsovereenkomst zelf, noch in andere ten processe overgelegde stukken is te lezen. Dat geldt ook voor bij gelegenheid van de getuigenverhoren overgelegde producties.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
