ECLI:NL:GHLEE:2007:BA4388
Gerechtshof Leeuwarden · 02-05-2007 · zaaknummer 0600027
Inhoudsindicatie
Uit de tekst van de in geding zijnde overeenkomsten blijkt dat - zoals de rechtbank ook als vaststaand heeft aangenomen en waartegen appellante vervolgens geen grief heeft aangevoerd - appellante zich ten gunste van de bank tot een maximumbedrag van de in de overeenkomsten genoemde bedragen borg heeft gesteld voor [echtgenoot van appellante] "tot zekerheid voor al hetgeen de hoofdschuldenaar aan de Bank schuldig is of zal worden uit hoofde van overeenkomsten van geldlening, kredietverlening of uit welke andere hoofde ook." [appellante] heeft evenmin een grief opgeworpen tegen r.o. 5.11 voor zover de rechtbank daarin heeft overwogen dat zij ([appellante]) zich "welbewust borg heeft gesteld voor iedere schuld van [echtgenoot van appellante] aan Fortis". Het hof is van oordeel dat reeds vanwege deze omstandigheid niet valt in te zien dat appellante bij het sluiten van de overeenkomsten van borgtocht op de door haar gestelde grond van een onjuiste voorstelling van zaken is uitgegaan.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
