Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHLEE:2007:BA1406

Gerechtshof Leeuwarden · 23-03-2007 · zaaknummer 24-000875-06

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Onder 1 is aan verdachte ten laste gelegd dat hij - kort gezegd - op 15 en/of 22 december 2004 opzettelijk niet heeft voldaan aan een vordering krachtens artikel 18 lid 1 van de Wet op de economische delicten (WED), gedaan door een opsporingsambtenaar, immers heeft verdachte opzettelijk niet voldaan aan een vordering tot uitlevering van een aantal paspoorten van paarden en/of pony's. Op grond van het bepaalde in artikel 18, eerste lid, van de WED zijn opsporingsambtenaren in het belang van de opsporing bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is en kunnen zij daartoe hun uitlevering vorderen. In aanmerking genomen dat de paarden en/of pony's waar de paspoorten betrekking op hadden reeds op 13 december 2004 in beslag waren genomen, valt niet in te zien en wordt ook overigens uit het dossier niet duidelijk welk opsporingsbelang ermee was gediend om op 15, respectievelijk 22 december 2004 de uitlevering van voornoemde paspoorten te vorderen. De paarden en/of pony's waren immers - zoals blijkt uit de stukken - door middel van een chip voorzien van een uniek en geregistreerd levensnummer waardoor zij geïdentificeerd konden worden en kennelijk - na inbeslagname - ook geïdentificeerd zijn. Gelet op het voorgaande is het bevel uitlevering op beide data naar het oordeel van het hof onbevoegd gegeven. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van het hem onder 1 tenlastegelegde feit. Ten aanzien van de feiten 2 en 3 primair en subsidiair Naar het oordeel van het hof bieden de resultaten van de door de dierenartsen Peutz, Schutrups en Van Goederen kort voor, respectievelijk kort na, de inbeslagname op 13 december 2004 verrichte onderzoeken voldoende grondslag voor het oordeel dat de 17 paarden en/of pony's en de zeven honden op dat moment te mager en/of ondervoed waren, respectievelijk vermagerd waren. Voor de periode gelegen vóór 13 december 2004 is het hof van oordeel dat er geen wettig en overtuigend bewijs is voor de toestand van de dieren als hiervoor omschreven. Derhalve ligt - mede gelet op de redactie van de tenlastelegging onder 2 en 3, telkens primair en subsidiair - ter beoordeling van het hof de vraag voor of de toestand waarin de dieren op 13 december 2004 verkeerden, kan worden toegeschreven aan het handelen van dan wel nalaten door verdachte op die datum. Uit de stukken, noch uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de toestand waarin de paarden en/of pony's en de honden op 13 december 2004 verkeerden enkel kan zijn veroorzaakt door een gebrek aan voedsel en/of een onvoldoende geneeskundige verzorging op die 13e december 2004. Op grond daarvan kan naar 's hofs oordeel noch het onder 2 en 3 telkens primair, noch het onder 2 en 3, telkens subsidiair, tenlastegelegde feit, bewezen worden verklaard.

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.