Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHLEE:2007:BA1349

Gerechtshof Leeuwarden · 21-03-2007 · zaaknummer 0500573

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Voorop staat dat de vraag wat partijen zijn overeengekomen niet enkel kan worden beantwoord op grond van de taalkundige uitleg van de bewoordingen van de gerechtelijke schikking d.d. 26 juli 2002. Het komt immers steeds aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635). Bij de uitleg van deze schikking zijn alle omstandigheden van het geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, van beslissende betekenis. Blijkens de tekst van de gerechtelijke schikking d.d. 26 juli 2002 zou het bewuste perceel water hetzij "geheel schoon" worden opgeleverd, hetzij zou de eventueel resterende verontreinigde grond achter een over een gedeelte van het perceel te plaatsen damwand worden gestort. Uit deze laatste zinsnede leidt het hof af dat partijen er kennelijk vanuit zijn gegaan dat de enkele aanwezigheid van verontreinigde grond op de bodem van het perceel aan de uitvoering van de overeenkomst in de weg zou kunnen staan, maar dat dit anders zou zijn indien de (eventueel) verontreinigde grond achter de damwand zou worden gestort. Dat uiteindelijk voor dit laatste - om welke reden ook - niet gekozen is, doet aan het uitgangspunt echter niet af. Uit het rapport d.d. 22 februari 2005 van Grondslag blijkt dat de op het onderhavige perceel water genomen mengmonsters uitwezen dat sprake was van hetzij licht, hetzij matig verontreinigd slib. De conclusie van Grondslag luidt dat, als het aanwezige slib ter plaatse van de percelen B 2259 en 2260 wordt gebaggerd, na rijping categorie 1 grond zal ontstaan. Daaruit leidt het hof af dat ten tijde van het uitbrengen van het rapport als gevolg van de geconstateerde verontreiniging van het slib geen sprake was van categorie 1 grond, ten aanzien van welke categorie de rechtbank - in appel overigens niet bestreden - heeft geoordeeld dat grond van deze categorie kan worden aangemerkt als schone grond. Nu de door [het Bouwbedrijf] voorgestane uitleg van hetgeen partijen bij het aangaan van de gerechtelijke schikking d.d. 26 juli 2002 met betrekking tot het begrip "schoon" zijn overeengekomen zozeer afwijkt van het uit de tekst van die overeenkomst blijkende uitgangspunt en ook overigens niet zo zeer voor de hand ligt dat die uitleg voor juist gehouden zou moeten worden - het door Grondslag in opdracht van [het Bouwbedrijf] uitgevoerde waterbodemonderzoek zou in dat geval onnodig zijn geweest, immers niet enkel gericht op de waterkwaliteit - volgt uit de eisen van redelijkheid en billijkheid dat [het Bouwbedrijf] de bewijslast draagt van haar stellingen omtrent hetgeen partijen zijn overeengekomen.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.