ECLI:NL:GHLEE:2006:AY8002
Gerechtshof Leeuwarden · 06-09-2006 · zaaknummer 0600356
Inhoudsindicatie
Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor als bedoeld in artikel 186 Rv, kan, als het overigens aan de eisen voor toewijzing daarvan voldoet, worden afgewezen onder meer op de grond dat de verzoeker bij toewijzing van het verzoek onvoldoende belang heeft (HR 11 februari 2005, NJ 2005/442). Het hof is van oordeel dat, zonder nadere toelichting, die door Van der Graaf c.s. niet is gegeven, niet duidelijk is, welk belang thans is gediend met het horen van een getuige vóór het slotpleidooi. Daarbij neemt het hof in overweging dat voor zover de door de rechtbank als vaststaand aangenomen feiten al in hoger beroep door Van der Graaf c.s. in haar grieven zijn bestreden, een eventueel tussenarrest duidelijkheid kan scheppen ten aanzien van de naar 's hofs oordeel (eventueel) te bewijzen stellingen en de bewijslast(verdeling) daaromtrent.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- J.B. Dijkema
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
