ECLI:NL:GHLEE:2006:AY4053
Gerechtshof Leeuwarden · 12-07-2006 · zaaknummer 0600043
Inhoudsindicatie
Het hof is van oordeel dat artikel 1:207 lid 2 sub a BW ook in de weg staat aan de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, indien het kind al door de vader van wiens vaderschap ook de gerechtelijke vaststelling is verzocht, is erkend. Daaraan doet niet af dat door die gerechtelijke vaststelling het aantal ouders niet toeneemt. De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap is in het afstammingsrecht met name geïntroduceerd als een laatste middel voor de moeder en het kind om een familierechtelijke betrekking tot stand te brengen tussen het kind en de verwekker die weigert tot erkenning over te gaan. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake, nu [de man] door erkenning reeds de juridisch vader van [de minderjarige] is, zodat het kind twee ouders heeft. Hieraan kan niet afdoen dat als gevolg van de bepalingen van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna RwN) een kind door de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap sneller en op eenvoudiger wijze de Nederlandse nationaliteit van de vader kan verkrijgen dan door erkenning. Het hiermee gemoeide belang van het kind is immers geen belang dat beschermd wordt door artikel 1:207 BW, dat slechts ziet op de vaststelling van de juridisch vader.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- H.K. Jap-A-Joe
- K.J. Meijer
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
