Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHLEE:2006:AX9095

Gerechtshof Leeuwarden · 21-06-2006 · zaaknummer 0400511

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

[appellant] heeft tot 9 november 2000 een woning gehuurd van Actium. [appellant] heeft de door haar verschuldigde huurpenningen onregelmatig voldaan. Zij betaalde dan eens niet, dan weer wel, soms het juiste bedrag maar ook heel vaak een hoger of lager bedrag. Blijkens de toelichting op de grief, richt de grief zich tegen de overweging van de kantonrechter dat geen sprake kan zijn van onverschuldigde betaling. [appellant] stelt dat zij over de jaren 1997 en 1998 tezamen per saldo meer huurpenningen heeft voldaan dan zij over deze jaren verschuldigd was en het meerdere alzo onverschuldigd heeft betaald. Actium betoogt dat [appellant] weliswaar over de jaren 1997 en 1998 te veel heeft betaald (te weten ƒ 27,52 blijkens de Memorie van Antwoord sub 17), maar dat dit dient te worden verrekend met de betalingen over de periode van januari 1999 tot 9 november 2000, waarna geen sprake is van onverschuldigde betaling (integendeel: per saldo is ƒ 1.269,05 te weining betaald, aldus Actium). Aan de grief ligt de onjuiste gedachte ten grondslag dat per kalenderjaar (tussentijds) dient te worden berekend of [appellant] te veel dan wel te weinig huurpenningen heeft betaald over dat betreffende kalenderjaar. Deze gedachte is door Actium bestreden en zowel een feitelijke als juridische onderbouwing ervan ontbreekt. [appellant] heeft dus niet voldaan aan haar stelplicht dienaangaande. Hieraan doet niet af dat Actium heeft toegegeven dat door [appellant] "te veel" is betaald over de jaren 1997 en 1998, aangezien alle door [appellant] verrichte betalingen over de jaren 1997 - 2000 strekten tot betalingen van huurpenningen. Aldus dient te worden geconcludeerd dat [appellant] hetgeen zij over de jaren 1997 en 1998 te veel heeft betaald, is aan te merken als het bij wijze van voorschot voldoen van uit hoofde van de huurovereenkomst verschuldigde volgende termijnen; terzake wordt verwezen naar het bepaalde in artikel 6:39 lid 2 BW. Nu niet is gesteld, en overigens ook niet is gebleken dat [appellant] over de gehele periode waarover de huurovereenkomst zich uitstrekte per saldo te veel heeft betaald, dient haar vordering bij gebreke van een deugdelijke onderbouwing te stranden.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.