ECLI:NL:GHLEE:2006:AW3699
Gerechtshof Leeuwarden · 19-04-2006 · zaaknummer 0500187
Inhoudsindicatie
Voorop staat dat het arbeidsrecht zich niet zonder meer verzet tegen een beding waarin is vastgelegd dat een werknemer bij het einde van zijn dienstverband gehouden is tot terugbetaling van studiekosten, mits het gaat om een regeling die: a. de tijdsspanne vaststelt gedurende welke de werkgever geacht wordt baat te hebben van de door de werknemer tijdens diens studiewerkzaamheden verworven kennis en vaardigheden; b. bepaalt dat de werknemer, indien de dienstbetrekking tijdens of onmiddellijk na afloop van de studieperiode eindigt, het loon over die periode aan de werkgever zou moeten terugbetalen; en c. deze terugbetalingsverplichting vermindert naar evenredigheid van het voortduren van de dienstbetrekking gedurende de onder a. bedoelde tijdsspanne. Bovendien mag er geen strijd ontstaan met de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, moeten de consequenties van de verplichting vooraf duidelijk zijn aan de werknemer en kunnen de redelijkheid en de billijkheid onder omstandigheden meebrengen dat de werkgever geen studiekosten kan terugvorderen, indien hij zelf het initiatief tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft genomen (vgl. HR 10 juni 1983, NJ 1983, 796).
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
