ECLI:NL:GHLEE:2006:AV7743
Gerechtshof Leeuwarden · 29-03-2006 · zaaknummer Rolnummer 0400455
Inhoudsindicatie
Resteert de vraag of [appellante] in het onderhavige geval misbruik heeft gemaakt van de haar toekomende ontslagbevoegdheid tijdens de proeftijd, door deze bevoegdheid voor een ander doel te gebruiken dan waarvoor die is toegekend (HR 13 januari 1995, NJ 1995, 430). Uit de wetsgeschiedenis en rechtspraak volgt dat aan de wettelijke bepalingen inzake de proeftijd de gedachte ten grondslag ligt dat partijen desgewenst gelegenheid moeten hebben om, alvorens voor de toekomst gebonden te zijn, zich gedurende een, met het oog op de belangen van de werknemer beperkte, periode proefondervindelijk op de hoogte te stellen van elkanders hoedanigheden en van de geschiktheid van de werknemer voor de bedongen arbeid (HR 13 september 1991, NJ 1992, 130). Het gaat hier om de geschiktheid van de werknemer in ruime zin, zodat ook de door [appellante] aangevoerde redenen - wijzigingen in de productie waarbij minder eenvoudig montagewerk voorkwam terwijl [geïntimeerde] minder geschikt bleek voor lastiger klussen - aanleiding kan geven voor een beroep op het proeftijdbeding. Dat [appellante] deze bevoegdheid heeft misbruikt, is het hof niet gebleken.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- G.W. Brouwer
- M.J. Klinkert
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
