ECLI:NL:GHLEE:2005:AT5309
Gerechtshof Leeuwarden · 10-05-2005 · zaaknummer 24-001054-04
Inhoudsindicatie
Uit de bewijsmiddelen leidt het hof af, dat het aan de schuld van verdachte te wijten is geweest dat [slachtoffer] in de periode van 26 augustus 2003 tot en met 27 augustus 2003 van haar vrijheid beroofd is gebleven. Verdachte heeft verwijtbaar gehandeld doordat hij heeft nagelaten voor de hand liggende mogelijkheden te benutten die zouden hebben bijgedragen tot bekorting van de gijzeling van [slachtoffer]. De ernst van het feit brengt mee, dat uitsluitend een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in aanmerking komt. Het hof is gebonden aan het strafmaximum dat voorvloeit uit het meer subsidiair bewezen verklaarde artikel 283, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, namelijk een hechtenis van drie maanden en geldboete van de tweede categorie. Het hof zal zich tot het opleggen van een vrijheidsstraf beperken, maar ontkomt gezien de ernst van het feit niet aan het opleggen van de bij dit feit behorende maximale vrijheidsstraf.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
