ECLI:NL:GHLEE:2005:AT4448
Gerechtshof Leeuwarden · 20-04-2005 · zaaknummer Rolnummer 0400060
Inhoudsindicatie
Anders dan [appellanten] in hun toelichting op grief 3 veronderstellen, betekent de door de kantonrechter geconstateerde schending door Kunstencentrum van artikel 45 C lid 2 van de CAO niet, dat alleen daardoor het gegeven ontslag al als kennelijk onredelijk moet worden aangemerkt. Het komt daarbij aan op de ernst van de schending, mede in het licht van de overige relevante omstandigheden. Het hof deelt de opvatting van de kantonrechter dat de geconstateerde schending - namelijk dat Kunstencentrum het ontslag heeft gemeld aan de Commissie Preventieve Ontslagtoets in plaats van aan de OAKV - in casu van onvoldoende gewicht is om het ontslag als kennelijk onredelijk te bestempelen. Het hof acht daartoe van belang dat door toedoen van de secretaris van de CPO, als vermeld onder 1.4, de melding toch tijdig het OAKV heeft bereikt. Voorts blijkt uit het als bijlage 1 bij de Memorie van Grieven overgelegde verslag van de vakbondsbestuurder [vakbondsbestuurder], dat op 8 januari 2002, derhalve ruim voor het gegeven ontslag, ook daadwerkelijk een overleg tussen het Kunstencentrum en de bonden heeft plaatsgevonden. Dat de bonden en het kunstencentrum toen niet tot een akkoord zijn gekomen, acht het hof niet van belang, nu de CAO een dergelijke verplichting niet stelt en alleen overleg voorschrijft, dat heeft plaatsgevonden.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
