ECLI:NL:GHLEE:2004:AP5415
Gerechtshof Leeuwarden · 30-06-2004 · zaaknummer Rolnummer 0200376
Inhoudsindicatie
Het hof leidt uit de stukken van het geding af dat de curator en [eerste hypotheekhouder] als eerste hypotheekhouder in onderling overleg hebben besloten tot de onderhavige onderhandse verkoop van het bedrijf van [failliet]. Bij deze onderhandse verkoop, waaraan de rechter-commissaris op 1 maart 2001 haar toestemming heeft verleend, is de vermeend (formele) curator (...) als verkoper opgetreden. Een en ander brengt naar het oordeel van het hof mee dat geen sprake is geweest van een onderhandse verkoop als bedoeld in de artikelen 3:268 BW en 548 Rv. (...) Nu te dezen niet de weg is gevolgd van de met allerlei voor belanghebbenden, zoals de tweede hypotheekhouder, waarborgen omklede, wettelijk geregelde onderhandse verkoop als bovenbedoeld, lag het naar het oordeel van het hof op de weg van de curator om [appellant] als tweede hypotheekhouder tijdig op de hoogte te brengen van de voorgenomen verkoop en de verkoopprijs en tevens om [appellant] in de gelegenheid te stellen om eventueel een beter aanbod te vinden c.q. te doen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
