ECLI:NL:GHLEE:2004:AO5446
Gerechtshof Leeuwarden · 26-02-2004 · zaaknummer WAHV 03-01017
Inhoudsindicatie
art. 26 WAHV; art. 26a WAHV; verzet; griffierecht; acceptgiro; Ingevolge art. 26a, derde lid, WAHV is degene die hoger beroep heeft ingesteld tegen een beschikking als de onderhavige slechts ontvankelijk in dat beroep na voorafgaande betaling van het verschuldigde griffierecht. De griffier van de rechtbank heeft de betrokkene bij brief van 8 augustus2003 op deze verplichting gewezen, onder vermelding dat aan de betrokkene nog een acceptgirokaart zal worden gezonden. Uit het dossier blijkt niet of aan de betrokkene een acceptgirokaart is verzonden. Evenmin blijkt, in het geval aan betrokkene wel een acceptgirokaart is gezonden, wanneer dat is geschied en of op die acceptgirokaart een (andere) betalingstermijn was aangegeven. Door de betrokkene is op 25 augustus 2003 griffierecht overgemaakt op de rekening van de rechtbank te 's-Gravenhage. Nu niet vastgesteld kan worden of voor voldoening van het griffierecht als uiterste datum 22 augustus 2003 heeft te gelden, gaat het hof ervan uit dat het griffierecht tijdig is betaald.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- W.K. Vlietstra
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
