ECLI:NL:GHDHA:2026:395
Gerechtshof Den Haag · 24-03-2026 · zaaknummer 200.339.040/01
Inhoudsindicatie
ING is kredietovereenkomsten aangegaan met vennootschappen waarvan appellante (een natuurlijk persoon) indirect medeaandeelhouder en -bestuurder was. Appellante heeft zich tot € 150.000,- voor deze kredieten borg gesteld. ING spreekt haar in deze procedure hierop aan voor een bedrag van € 100.000,-. Appellante stelt de borgakte niet te hebben getekend of althans te hebben gedwaald bij het aangaan ervan, dan wel een verrekenbare schadeclaim op ING te hebben wegens schending van haar zorgplicht. Al deze verweren falen evenwel. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank, die de vordering van ING had toegewezen.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
