ECLI:NL:GHDHA:2026:361
Gerechtshof Den Haag · 04-03-2026 · zaaknummer 200.364.609/01
Inhoudsindicatie
Het wrakingsverzoek ziet op de wijze waarop het artikel 12 beklag is behandeld, in het bijzonder de stilzwijgende stilstand van het verzoek na doorzending door gerechtshof ’s-Hertogenbosch, het terugsturen van het dossier naar gerechtshof ’s-Hertogenbosch zonder kenbare, schriftelijke en verifieerbare rechterlijke beslissing, de summiere afhoudende en feitelijk anonieme communicatie en de omstandigheid dat dit klaagschrift gericht is tegen het gerechtsbestuur van gerechtshof Den Haag, waardoor extra waarborgen tegen (de schijn van) institutionele partijdigheid geboden zijn. Deze gang van zaken heeft bij verzoeker de indruk van onwelwillendheid en afhoudendheid in de behandeling van het beklag gewekt. Hiermee is sprake van een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid, aldus verzoeker. Beslissing op wrakingsverzoek: verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
