ECLI:NL:GHDHA:2026:350
Gerechtshof Den Haag · 03-02-2026 · zaaknummer BK-24/545
Inhoudsindicatie
Artikel 3.92, lid 1, aanhef en letter a, en art. 3.94 Wet IB 2001. Het Hof oordeelt dat de geldverstrekking, anders dan de Inspecteur stelt, civielrechtelijk kan worden aangemerkt als lening, alsmede dat geen sprake is van een schijnlening of een bodemlozeputlening. De Inspecteur maakt wel aannemelijk dat sprake is van een onzakelijke lening onder het regime van de terbeschikkingstellingsregeling, zodat de afwaardering van de rekening-courantvordering niet aftrekbaar is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
