ECLI:NL:GHDHA:2026:101
Gerechtshof Den Haag · 21-01-2026 · zaaknummer 200.356.834/01
Inhoudsindicatie
Uitzondering op het uitgangspunt van artikel 1:251 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) dat beide ouders na echtscheiding gezamenlijk het gezag over de minderjarigen uitoefenen. Afwijzing van het verzoek van de man tot het vaststellen van een omgangsregeling tussen hem en de minderjarigen op grond van artikel 1:377a BW. De minderjarigen kennen de man niet tot nauwelijks, nu de man (heel) vroeg in het leven van de minderjarigen vanuit Irak is vertrokken naar Nederland met achterlating van zijn gezin. De man is niet op de hoogte van het leven van de minderjarigen en weet niet hoe het met hen gaat en wat zij nodig hebben. Gebleken is dat de man naar objectieve maatstaven in strijd handelt met het belang van de minderjarigen (m.b.t. verblijfsvergunning vrouw en poging tot ontvoering). De minderjarigen hebben dit ervaren als een traumatische gebeurtenis en hebben (onder meer) hieraan veel angst overgehouden voor de man. De relatie tussen partijen biedt geen enkele mogelijkheid tot constructief overleg en het nemen van beslissingen. Wel informatieregeling vastgesteld.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
