ECLI:NL:GHDHA:2026:10
Gerechtshof Den Haag · 13-01-2026 · zaaknummer 200.353.010/01
Inhoudsindicatie
Geschil over de uitleg van de cao voor het primair onderwijs. Na een eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (12 maanden), hebben partijen opnieuw een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (eveneens 12 maanden) gesloten. De werkgeefster heeft de werkneemster laten weten dat deze tweede arbeidsovereenkomst van rechtswege zal eindigen. Was het nogmaals sluiten van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.1 lid 2 cao toegestaan? Daarin is bepaald dat alleen “in zeer bijzondere gevallen” nog eenmaal een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan worden aangegaan. Het hof oordeelt dat dat niet het geval was, dat het gevolg hiervan is dat van rechtswege een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan en dat de mededeling van de werkgeefster dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege zal eindigen niet moet worden uitgelegd als opzegging. Het hof wijst o.a. het verzoek tot betaling van achterstallig loon toe.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
