ECLI:NL:GHDHA:2025:632
Gerechtshof Den Haag · 27-02-2025 · zaaknummer BK-23/851
Inhoudsindicatie
Wet bpm. VWEU. Bevoegdheid van de nationale rechters om het Unierecht uit te leggen. Geen verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen. Unierechtelijk verdedigingsbeginsel. Bevoegdheid tot naheffen na het belastbare feit. Heffingsmodaliteiten niet in strijd met het Unierecht. Historische nieuwprijs. Geen vermindering wegens ex-rental en schade. Rentevergoeding. Vergoeding van immateriële schade. Hoogte proceskosten. Het vooraf heffen van griffierecht is niet in strijd met het Unierecht. Vergoeding wettelijke rente.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
