ECLI:NL:GHDHA:2025:2911
Gerechtshof Den Haag · 11-03-2025 · zaaknummer 200.340.551/01
Inhoudsindicatie
Vordering tot vergoeding van door gewezen verdachte geleden schade ten gevolge van doorzoeking van zijn woonwagen en schuur in het kader van strafrechtelijk onderzoek; toepasselijke maatstaf; oordeel rechter-commissaris dat sprake van redelijk vermoeden van schuld van overtreding art. 10a Opiumwet; gesloten stelsel van rechtsmiddelen verzet zich tegen toetsing van dit oordeel door civiele rechter; geen sprake van situatie dat uitspraak EHRM noopt tot conclusie dat geen sprake is van eerlijke behandeling in zin art. 6 EVRM; ten tijde van strafvorderlijk optreden bovendien sprake van redelijk vermoeden van schuld; gebleken onschuldcriterium niet in strijd met onschuldpresumptie art. 6 lid 2 EVRM; mededeling in brief zaaksofficier dat appellant bij gebreke aan voldoende wettig en overtuigend bewijs niet langer als verdachte wordt aangemerkt komt materieel neer op sepot en is onvoldoende voor oordeel dat onschuld appellant is gebleken; geen disproportionele wijze doorzoeking ter inbeslagneming.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
