ECLI:NL:GHDHA:2024:434
Gerechtshof Den Haag · 27-02-2024 · zaaknummer 200.317.081/01
Inhoudsindicatie
Samenwoners met samenlevingsovereenkomst. Einde affectieve relatie en gemeenschappelijke huishouding. Gemeenschappelijk registergoed met woon- en winkelruimte. Winkelruimte wordt aan derde verhuurd. Vrouw bleef na einde relatie in het huis wonen, man betaalde de aan het registergoed verbonden lasten en ontving de huurpenningen van de winkelruimte op zijn bankrekening. Vrouw overlijdt lopende de rechtbankprocedure. Rechtbank wijst vordering vrouw tot ‘verdeling’ huurpenningen toe. In hoger beroep vordert de man onder meer betaling van door hem betaalde hypotheekrente en van de helft van de gemeentelijke heffingen. Door erfgenaam van de vrouw wordt een beroep op verjaring gedaan. Verzetten redelijkheid en billijkheid zich tegen beroep op verjaring? Bevoegdheid rechtbank vanwege bepaling in de samenlevingsovereenkomst.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
