ECLI:NL:GHDHA:2024:426
Gerechtshof Den Haag · 09-02-2024 · zaaknummer 22-003779-21
Inhoudsindicatie
De verdachte wordt vervolgd ter zake van mensenhandel (arbeidsuitbuiting) en ter zake van mensensmokkel. Het hof expliciteert zijn interpretatie van de tenlastelegging van het mensenhandelfeit, omdat die tenlastelegging op meerdere manieren gelezen kan worden. Met betrekking tot de mensensmokkel zoals bedoeld in art. 197a lid 2 Sr overweegt het hof dat verblijf in Nederland wederrechtelijk kan worden door het overtreden van de regelgeving die betrekking heeft op het in Nederland door vreemdelingen verrichten van arbeid. In dit geval verschafte de verdachte uit winstbejag aan twee vreemdelingen gelegenheid, middelen en inlichtingen, gericht op de zojuist bedoelde overtreding, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de wederrechtelijkheid van hun verblijf in Nederland daarvan het gevolg zou zijn. Dat, op het moment dat de verdachte zijn handelingen verrichtte, de vreemdelingen reeds niet-illegaal (namelijk op titel van een toeristenvisum) in Nederland verbleven, staat volgens het hof niet aan een bewezenverklaring in de weg.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
