ECLI:NL:GHDHA:2024:2428
Gerechtshof Den Haag · 20-12-2024 · zaaknummer 22-000658-22
Inhoudsindicatie
Veroordeling wegens doodslag en verboden vuurwapenbezit (art. 287 Sr en art. 26 WWM). Beroep op noodweer verworpen. Het hof is van oordeel dat de verdachte zelf de confrontatie met het slachtoffer heeft gezocht, zodat alleen al daarom een beroep op noodweer niet kan worden aanvaard. Mede gelet op de destijds jeugdige leeftijd van de verdachte en omdat door deskundigen is vastgesteld dat hij verminderd toerekeningsvatbaar is vindt het hof een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren in beginsel een passende straf. Omdat sprake is van een forse overschrijding van de redelijke termijn zal het hof deze straf van 8 jaren verlagen tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren. Rechtbank had eerder een gevangenisstraf van 5 jaar opgelegd. Het hof ziet (anders dan door de verdediging is bepleit) geen aanleiding om toepassing te geven aan het jeugdstrafrecht (ASR). De verdachte moet aan de toenmalige vriendin van het slachtoffer en aan de moeder van het slachtoffer een schadevergoeding betalen ter vergoeding van zogeheten affectieschade. Benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen voor wat betreft de gestelde shockschade.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
