ECLI:NL:GHDHA:2024:2313
Gerechtshof Den Haag · 28-11-2024 · zaaknummer 22-003938-19
Inhoudsindicatie
Uitspraak na terugwijzing door Hoge Raad. Vervolg op ECLI:NL:HR:2019:560. Verjaring van tenlastegelegde (poging tot) overtreding van art. 138ab lid 1 Sr (computervredebreuk): nu inmiddels meer dan 12 jaren zijn verstreken sinds het tenlastegelegde, is het recht tot strafvordering verjaard. Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging van de verdachte ten aanzien van het enige feit dat nog aan het oordeel van het hof was onderworpen. Strafoplegging voor feiten waarvoor de verdachte al onherroepelijk was veroordeeld. Vanwege de (herhaalde) overschrijding van de redelijke termijn matigt het hof de aan de verdachte op te leggen gevangenisstraf door in plaats van een gevangenisstraf van 26 maanden een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden op te leggen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
