ECLI:NL:GHDHA:2024:2023
Gerechtshof Den Haag · 09-10-2024 · zaaknummer 200.324.052/01
Inhoudsindicatie
Ontzegging omgang met minderjarige. De stelplicht, bewijslast en bewijswaardering in een civiele procedure kent een minder strikte maatstaf dan in het strafrecht. Het hof neemt in zijn overweging mee dat, hoewel de aangiftes niet hebben geleid tot strafvervolging van de vader, de moeder voldoende concrete aanknopingspunten naar voren heeft gebracht voor de aannemelijkheid van haar stellingen. De vader heeft de stellingen van de moeder onvoldoende deugdelijk en aannemelijk weersproken. Dit maakt dat het hof van oordeel is dat de omgang van de vader met de minderjarigen in strijd komt met de zwaarwegende belangen van de minderjarigen als bedoeld in artikel 1:377a lid 3 BW en om die reden de omgang dient te worden ontzegd.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
