ECLI:NL:GHDHA:2024:1846
Gerechtshof Den Haag · 08-10-2024 · zaaknummer 2200389023
Inhoudsindicatie
Veroordeling wegens belaging van ex-partner (art. 285b Sr). Het hof is van oordeel dat de gedragingen van de verdachte – gelet op de omstandigheden van het geval – niet slechts als storend of onwenselijk kunnen worden gekarakteriseerd, maar dat hij met zijn gedragingen wederrechtelijk en stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Daarbij heeft het hof gelet op de problematische gezamenlijk geschiedenis van aangeefster en de verdachte, het dwingende karakter van het handelen van de verdachte, de omstandigheid dat het voor de verdachte steeds duidelijk moet zijn geweest dat aangeefster geen contact wilde en de impact het bewezenverklaarde handelen op haar leven. Taakstraf van 100 uur en voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden. Oplegging vrijheidsbeperkende maatregel ex art. 38v Sr inhoudende een contactverbod en een locatieverbod. Afwijzing vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidsstelling. Benadeelde partij niet-ontvankelijk: niet gesteld of anderszins gebleken dat sprake is van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’, terwijl zich hier ook niet de situatie voordoet waarin de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen (art. 6:106 BW). Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2023:12973.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[naam]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
