ECLI:NL:GHDHA:2024:1780
Gerechtshof Den Haag · 24-07-2024 · zaaknummer BK-23/475
Inhoudsindicatie
De Rechtbank heeft het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn terecht afgewezen. De stelling van belanghebbende dat de redelijke termijn eerst eindigt op het moment dat de uitspraak van de Rechtbank door belanghebbende is ontvangen, berust op een onjuiste lezing van het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
