ECLI:NL:GHDHA:2024:1580
Gerechtshof Den Haag · 27-08-2024 · zaaknummer 200.334.115/01
Inhoudsindicatie
“Door de vrouw zijn drie procedures na echtscheiding tegen de man aanhangig gemaakt die alle direct of indirect de bruidsgave betreffen. De rechtbank heeft drie vonnissen gewezen. Tegen een van de vonnissen: de beslissing van de rechtbank dat de man moet meewerken aan een echtscheiding in Iran waar tegenover de vrouw afstand moet doen van de bruidsgave, heeft de vrouw geen hoger beroep ingesteld. In de andere twee zaken zijn de vorderingen van de vrouw in eerste aanleg afgewezen. Beroep op gezag van gewijsde van het vonnis waartegen geen hoger beroep is ingesteld. Kan het Iraanse verstekvonnis waarbij de man is veroordeeld tot betaling van de bruidsgave in Nederland worden erkend? 236 en 431 Rv.”
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
