ECLI:NL:GHDHA:2023:840
Gerechtshof Den Haag · 02-05-2023 · zaaknummer 200.320.794/01
Inhoudsindicatie
De voorzieningenrechter heeft in het dictum van het vonnis vastgesteld dat partijen ter zitting een zorgregeling zijn overeengekomen zoals weergegeven in de overwegingen. De moeder komt daarvan in hoger beroep en verzoekt als incidentele vordering schorsing van de werking van het vonnis. Het hof verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en in de incidentele vordering, omdat het niet een beslissing van de voorzieningenrechter betreft maar een tussen partijen bereikte overeenstemming. Het vonnis is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
