ECLI:NL:GHDHA:2023:532
Gerechtshof Den Haag · 22-03-2023 · zaaknummer 200.309.915/01 en 200.309.921/01
Inhoudsindicatie
Echtscheiding met IPR. Het hof is van oordeel dat het Nederlands recht van toepassing is op de echtscheiding. Op de vermogensrechtelijke afwikkeling is het Marokkaans recht van toepassing. De in Nederland gelegen echtelijke woning is gezamenlijk gekocht en er is sprake van een eenvoudige gemeenschap. Het hof is van oordeel dat de Nederlandse regels omtrent de rechten en verplichtingen van echtgenoten zoals verwoord in titel 6 van boek 1 BW, van toepassing zijn. Het hof kwalificeert de door de man betaalde hypotheekrente als kosten van de huishouding. Voor wat betreft de door de man verrichte hypotheekaflossingen en het voeden van de kapitaalpolis, slaagt het beroep van de vrouw dat zij een vordering heeft op de man op grond van artikel 49 van de Mudawwana. Het hof stelt de man in de gelegenheid de woning over te nemen en hanteert (ten gunste van de man) een eerdere datum voor de waardering van de woning dan de datum van de feitelijke verdeling. Indien de man binnen vijf jaar na datum van de overname, de woning alsnog aan een derde verkoopt, dient hij de helft van het positieve verschil tussen de waarde per peildatum en de gerealiseerde opbrengst, aan de vrouw te betalen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- S. Salhi
- Z. Benguedda
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
