ECLI:NL:GHDHA:2023:320
Gerechtshof Den Haag · 07-02-2023 · zaaknummer 2200276420
Inhoudsindicatie
Oplichting art. 326 Sr. Is sprake van een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen waardoor een onjuiste voorstelling van zaken in het leven is geroepen om daarvan misbruik te kunnen maken? Hebben de tenlastegelegde gedragingen aangevers bewogen tot afgifte van goederen of het verlenen van diensten? Ten aanzien van aantal feiten beantwoordt het hof deze vragen ontkennend en spreekt het verdachte vrij. Wetgever heeft niet iedere vorm van bedrog en niet iedere toerekenbare tekortkoming in civielrechtelijke zin als misdrijf binnen het bereik van het strafrecht willen brengen. Het hof veroordeelt verdachte voor één feit waarin wel sprake is van voldoende redengevende feiten en omstandigheden voor een bewezenverklaring van oplichting.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
