ECLI:NL:GHDHA:2023:2933
Gerechtshof Den Haag · 07-03-2023 · zaaknummer BK-22/00480
Inhoudsindicatie
Art. 2.1, lid 1, 6.1, 6.27, 6.40 Wet IB 2001; art. 6:203 BW. Aftrek studiekosten. Buitenlandse student aan Nederlandse universiteit. Belanghebbende, afkomstig uit een land buiten de EU, heeft zich in 2016 aangemeld bij een universiteit in Nederland. Voor het verkrijgen van een visum heeft zij in april een bedrag betaald aan de universiteit, welk bedrag is bepaald op minimaal het verschuldigde collegegeld en een geschat bedrag aan leefgeld. In augustus is belanghebbende naar Nederland gekomen om te gaan studeren. In geschil is of belanghebbende het collegegeld in aftrek kan brengen. Het Hof oordeelt dat het in april betaalde bedrag is aan te merken als waarborgsom ter verkrijging van een verblijfsvergunning. In september heeft betaling van het collegegeld plaatsgevonden door verrekening daarvan met de waarborgsom. Aangezien belanghebbende toen in Nederland woonde is het collegegeld aftrekbaar als scholingsuitgaven.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
