ECLI:NL:GHDHA:2023:2885
Gerechtshof Den Haag · 28-09-2023 · zaaknummer 22-001429-21
Inhoudsindicatie
Vrijspraak voorbereidingshandelingen voor handel in harddrugs. Op grond van de Encrochatgesprekken in het dossier is niet wettig en overtuigend vast te stellen dat deze berichten zien op de handel in middelen die op lijst I van de Opiumwet staan. Voorts kan niet worden vastgesteld dat de verdachte een of meer anderen heeft getracht te bewegen om feiten bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet te plegen etc., zoals geformuleerd in het eerste lid onder 1° van artikel 10a van de Opiumwet. Vrijspraak verboden vuurwapenbezit. Gelet op de bevindingen van de wapendeskundige van de politie kan niet worden vastgesteld dat de via Encrochat verstuurde afbeelding een echt (automatisch) vuurwapen betrof. Vrijspraak witwassen. De ook reeds ter zitting in eerste aanleg gegeven verklaring van de verdachte is – mede gelet op de nadere onderbouwing daarvan in hoger beroep – een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring voor de herkomst van het bij de verdachte aangetroffen geldbedrag. Daarnaast verkeerde pleegdatum tenlastegelegd. Geen wijziging tenlastelegging, anders dan in eerste aanleg geen kennelijke verschrijving (meer). Veroordeling wegens medeplegen verkopen softdrugs tot gevangenisstraf gelijk aan duur voorarrest.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
