ECLI:NL:GHDHA:2023:1765
Gerechtshof Den Haag · 30-08-2023 · zaaknummer BK-22/01266
Inhoudsindicatie
Artikel 17, lid 2, Wet WOZ; waarde woning. Belanghebbende is huurder van de woning. Artikel 8:69a Awb; toepassing van het relativiteitsvereiste. Artikel 4:17 Awb; de Heffingsambtenaar heeft de hoogte van de dwangsom juist berekend. Verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn; verlenging van de redelijke termijn door twee verzoeken om uitstel van de zitting van de Rechtbank. Het Hof is van oordeel dat geen sprake is van een geschil met een zeer gering financieel belang. De Rechtbank heeft ten onrechte geen vergoeding van immateriële schade toegekend. Het hoger beroep is gegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
