ECLI:NL:GHDHA:2022:525
Gerechtshof Den Haag · 24-03-2022 · zaaknummer BK-21/00788 ev
Inhoudsindicatie
Art. 6.32 en 6.39, lid 1, Wet IB 2001. Art. 67e Awr. Belanghebbende heeft in haar aangiften IB/PVV 2011, 2012 en 2014 giften aan een instelling opgevoerd als aftrekpost. De Inspecteur heeft de giften in aftrek toegestaan. Vervolgens heeft de Inspecteur naar aanleiding van de uitkomsten van een FIOD-onderzoek bewijsstukken van de giftenaftrek opgevraagd en zijn van de zijde van belanghebbende giftkwitanties overgelegd voor de jaren 2012 en 2014. De Inspecteur heeft de aftrek teruggenomen met de opgelegde navorderingsaanslagen en voor de jaren 2012 en 2014 vergrijpboetes opgelegd. Het Hof oordeelt dat belanghebbende met de giftkwitanties niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk giften aan de instelling heeft gedaan. Ten aanzien van de vergrijpboetes oordeelt het Hof dat de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende ten tijde van het doen van de aangiften zich ervan bewust is geweest dat de aangiften voor wat betreft de giftenaftrek onjuist waren. De boetes van 75% zijn passend en geboden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
