ECLI:NL:GHDHA:2022:398
Gerechtshof Den Haag · 16-02-2022 · zaaknummer 200.303.579/01
Inhoudsindicatie
De minderjarige is nog vóór haar geboorte onder toezicht gesteld. De moeder verzocht na de geboorte van de minderjarige op vrijwillige basis plaatsing in een moeder-kindhuis. Er was er op dat moment geen geschikte plaats voorhanden en het schortte bij de moeder aan intrinsieke motivatie om met haar problematiek aan de slag te gaan. De noodzaak tot het verlenen van een machtiging uithuisplaatsing is daarmee gegeven. De moeder heeft na de uithuisplaatsing positieve ontwikkelingen doorgemaakt, maar een verblijf met de minderjarige bij haar thuis vindt de moeder nog geen goed idee. Tot het moment dat er een geschikte plek gevonden wordt in een moeder-kindhuis is, in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige, de machtiging tot uithuisplaatsing nog steeds noodzakelijk.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
