ECLI:NL:GHDHA:2022:2540
Gerechtshof Den Haag · 07-12-2022 · zaaknummer 200.296.484/01 en 200.296.484/02
Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 21-12-2022
Deel LinkedIn
Inhoudsindicatie
De man stelt dat hij een vergoedingsvordering heeft. Het vergoedingsrecht is ontstaan voor 1 januari 2012 derhalve is in beginsel sprake van een nominaal vergoedingsrecht. Op de man rust de bewijslast dat hij privégeld in het goed heeft geïnvesteerd. De man heeft dit niet bewezen.
Rechters
Advocaten
- E.J. Kim-Meijer
- W.J.G. Schröder
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
